Featured Review
Search

Recensie 'Moedervlekken' van Arnon Grunberg


De hoofdpersoon uit Arnon Grunbergs Moedervlekken, Otto (of Oscar) Kadoke, komt in het eerste hoofdstuk van deze roman met drie bespiegelingen over zichzelf en het leven die enig licht werpen op Grunbergs bedoelingen in dit boek. De eerste bespiegeling gaat over doorzettingsvermogen. Dit is: ‘de weigering om op te geven, de weerzin om te verliezen, om te sterven’. Kadoke is een psychiater van de crisisdienst die moet beoordelen in hoeverre (vermeend) suïcidale mensen een gevaar voor zichzelf of de samenleving zijn. Het is in zekere zin zijn taak om mensen, al dan niet tijdelijk, de genoemde weerzin om te sterven bij te brengen. De tweede bespiegeling luidt als volgt: ‘De menselijke waardigheid schuilt in de volharding waarmee het hopeloze werk wordt verricht.’ Een van de thema’s in Moedervlekken is het besef waarvan Kadoke doordrongen is dat psychiatrie patiënten nauwelijks kan helpen of zelfs beter maken, het is hopeloos werk, waarin men desondanks moet volharden; hij ziet zijn werk als een voortdurend doormodderen, zonder hoop op werkelijke successen. Dit inzicht houdt verband met een derde bespiegeling, nu aangaande het karakter van de psychiater: ‘Voor hem betekent weemoed rust. Niets is hem vertrouwder, weinig is hem liever.’

In totaal komen de termen ‘weemoed’ en ‘weemoedig’ vijftien keer voor in dit boek. Grunberg wil, zich niet storend aan het aloude schrijversadagium ‘show don’t tell’, Kadoke duidelijk als een weemoedige man neerzetten, of in ieder geval als een man die zichzelf als weemoedig ziet. Het waarheidsgehalte van deze (zelf)perceptie hangt samen met de gehanteerde definitie van het begrip ‘weemoed.’ Meestal gaat het erbij om een zwaarmoedig levensgevoel, waarvan bij Kadoke inderdaad sprake lijkt te zijn, al compenseert hij het met humor en ironie. Vaak wordt weemoed echter ook gezien als een equivalent voor melancholie. Over melancholie laat Grunberg zijn personage aan het slot van het boek opmerken: ‘De melancholie berust dikwijls op een verheerlijking van het verleden die dat verleden helemaal niet verdient. Alleen omdat we het verleden betrekkelijk goed kennen, omdat het ons zo vertrouwd voorkomt, denken we dat we daar thuishoren.’ Hier maakt Grunberg een koppeling met herinneringen en de manier waarop mensen die een plaats geven, het verleden verkleurend tot iets wat het nooit geweest is, een vorm van wat de taalwetenschapper Svetlana Boym ‘reflectieve nostalgie’ noemt.

Deze laatste vorm van ambivalente, meer geraffineerde weemoed zien we verder niet of nauwelijks terug in het boek. Dit is duidelijk geen proustiaanse vertelling over herinneringen. Alleen het vaak noemen van het woord ‘weemoed’, maakt een tekst nog niet weemoedig. Het boek gaat over de manier waarop men om moet gaan met het leven in het heden en de problemen die zich van dag tot dag kunnen voordoen.

Moedervlekken is een boek waarin geestesziekte gethematiseerd wordt. Daarnaast gaat het over ouder-kindbinding. Het zijn twee thema’s die in het boek samenkomen in het personage van de moeder van Kadoke, voor wie hij zorgt nadat de beide illegale Nepalese verzorgsters ontslag hebben genomen, omdat de psychiater het met een van hen had aangelegd. De moeder heeft een depressieve crisis overwonnen. Ze heeft een vorm van stabiliteit en zingeving gevonden in haar geheel eigen vorm van waanzin. Waarmee Grunberg lijkt te willen laten zien dat waanzin soms ook (enigszins) heilzaam kan zijn.

Grunberg biedt sowieso een genuanceerde visie op geestesziekte. Hij lijkt zich goed in te kunnen leven in mensen met zelfmoordneigingen en lijkt veel research te hebben gedaan, al komt hij (daardoor?) ook met een (waarschijnlijk wel waar) cliché dat iedereen in de psychiatrie (zowel de patiënten als de artsen en verplegers) verslaafd is aan roken. Een enkele keer is de geboden visie op psychiatrie enigszins banaal: zo wordt over Kadoke het volgende gezegd: ‘in andermans crisis vindt hij zijn bestaansrecht.’ Dat is een niet zo originele kijk op de aard van het werk van een psychiater. Grunberg laat een patiënte verder tegen het preventieteam opmerken: ‘Jullie diagnose maakt me gek. Jullie diagnose maakt me ziek’. Dat is een minder verrassend inzicht dan Grunberg misschien meent sinds sociologen als Erving Goffman en Michel Foucault zich in de jaren zestig en zeventig met deze thematiek bezig hielden, het inzicht wordt hoe dan ook in deze roman niet verder uitgediept.

Moedervlekken biedt echter vele zinnetjes en langere passages die wel inventief zijn. De roman is ondanks de zware thematiek, soms erg grappig. Zo merkt de moeder van Kadoke het volgende op over de Nederlandse eetcultuur: ‘Omdat de Nederlanders geen cultuur en geen beschaving hebben, daarom hebben ze vla.’ Als Kadoke verneemt dat een patiënte die zichzelf mutileert en die bleekwater drinkt, haar tandenborstel niet bij zich heeft lezen we: ‘Spoelen met bleekwater is allicht ook een vorm van mondverzorging.’

Kadoke ziet zichzelf lang als ‘immuun voor leven’, maar komt later tot een onconventioneel besluit dat hem meer direct betrokken maakt bij een van de patiëntes. Deze hulp wordt grensoverschrijdend genoemd, een term die Grunberg geput heeft uit het psychiatrisch jargon. De auteur weet de lezer tot het einde in spanning te houden over de manier waarop het verhaal afgerond gaat worden. Volgens een cliché onder recensenten doet een romanschrijver zijn werk goed als de lezer verrast wordt door wat hij leest, maar als deze laatste de gebeurtenissen toch als aannemelijk ziet, als bijna noodzakelijke voortvloeisels uit het voorafgaande. Hierin slaagt Grunberg knap.

De personages komen met vele interessante inzichten.‘We zijn allemaal de voortzetting van andermans trauma’ is bijvoorbeeld zo’n wijs inzicht van het hoofdpersonage. Jammer genoeg werkt Grunberg dit denkbeeld niet helemaal bevredigend uit. Het was interessant geweest als hij bijvoorbeeld de grenzen tussen trauma en nostalgie zou hebben verkend, als hij herinneringen aan Kadokes jeugd tussen twee opmerkelijke ouders een plaats had gegeven. Nu zijn de beschreven gebeurtenissen in het boek vooral staaltjes van crisismanagement, in lijn met de specifieke vorm van psychiatrie die Kadoke bedrijft. Hij zegt er zelf over: ‘ik doe niet aan zingeving, ik doe aan suïcide preventie.’ Een mens is voor een groot deel zijn of haar herinnering; als een psychiater daar geen oog voor heeft zal hij inderdaad nooit de ‘professionele machteloosheid’ overstijgen, zoals bij Kadoke het geval is. Maar misschien is dat ook precies wat Grunberg heeft willen uitdrukken.

Arnon Grunberg, Moedervlekken, Lebowski.

Meer recensies door Olivier Rieter: http://www.barbarus.org/single-post/2018/07/12/Boekrecensies-Olivier-Rieter-op-wwwliterairnederlandnl

Tag Cloud

© 2023 by The Book Lover. Proudly created with Wix.com

  • Facebook B&W
  • Twitter B&W
  • Google+ B&W