Featured Review
Search

Het toonbaar maken van het verleden

De kwestie Arthur Evans: over reconstructie en evocatie

Olivier Rieter



De fresco’s van Knossos op Kreta zijn beroemd. Ze zouden ons iets tonen van de schoonheid van een preklassieke beschaving die vooraf ging aan de Griekse cultuur uit de Oudheid. De vraag of ze schoonheid representeren staat hier niet ter discussie. Hier aan de orde komt de kwestie uit welke mentaliteit deze al dan niet vermeende schoonheid voortkwam. De kritische wetenschapshistorica Cathy Gere toont dat naar aanleiding van minuscule geverfde fragmenten ontdekt aan het begin van de twintigste eeuw nieuwe kunstwerken werden geschilderd, op basis van hoe men vond dat ze er oorspronkelijk uit zouden hebben gezien, op basis ook van (destijds) moderne behoeften. Met name de Nederlandse tekenaar en restaurator Piet de Jong (1887-1967) was hierbij betrokken. Zo maakte hij het iconische beeld van de vijf dolfijnen.





Piet de Jong

De Jong, ook een vaardig karikaturist, was in de jaren twintig in dienst genomen door de Britse archeoloog Arthur Evans (1851-1941). Deze is tegenwoordig nog altijd bekend door de genoemde reconstructie van het paleis van Knossos op Kreta, door hem de Minoïsche beschaving gedoopt. Evans was actief op het grootste Griekse eiland vanaf het einde van de negentiende eeuw. Hij leidde een langdurig project van het blootleggen van het paleis en de stad Knossos uit de Bronstijd. Evans was overigens niet de ontdekker van Knossos, dat was de Griekse zakenman Minos Kalokairinos.

In de tijd van Evans was een onderverdeling in Steentijd, Bronstijd en IJzertijd dominant in de evolutionair geïnspireerde archeologie. Deze achttiende en negentiende-eeuwse termen zijn ook in de huidige tijd nog gemeengoed, omdat ze enige orde aanbrengen in de chaos die het verleden was.

Evans schreef het boek Palace of Minos, waarin hij probeerde te tonen dat de beschaving van Knossos, naar verluidt de oudste stad van Europa, heel belangrijk was geweest als link tussen de culturen van het nabije Oosten en het Europese continent, zo stelt de classicus John MacEnroe (niet de tennisser). Omdat Evans wat hij blootlegde op Kreta niet primitief vond, verliet hij deels de evolutionaire fasentheorie van de menselijke ontwikkeling en koos hij voor een interactiemodel tussen verschillende cultuurvolken. Volgens MacEnroes collega R.A. McNeil bleef Evans echter het evolutionaire model trouw en was laatstgenoemde geïnspireerd door de indeling van de menselijke evolutie van wilden naar barbaren naar beschaafden die het schrift kenden. Evans’ belangstelling voor preschriftelijke culturen voerde hem naar Kreta en hij is zo belangrijk geweest in de verspreiding van de bekendheid van de preklassieke beeldtaal.



Evans’ restauratie zou het mentale resultaat zijn van het melancholische besef dat het Victoriaanse tijdperk ten einde was zo stelt biograaf Nannos Marinatos. Evans’ evocatie zou een reactie zijn op een gevoel van gebrekkige esthetiek in de moderne tijd, die het conservatieve tijdperk van voor de Grote Oorlog was komen aflossen. Andere wetenschappers wijzen er op dat de materialen die Evans gebruikte bij uitstek modern waren (beton) en zo niet pasten bij blootgelegde bronstijd en al helemaal niet bij het neolithicum dat eraan voorafging. Evans noemde de beschaving Minoïsch naar de legendarische koning Minos, bekend van het verhaal van de minotaurus en zijn labyrint uit de Griekse mythologie.



Moeder-Godin

Evans had geen eenvoudig te doorgronden karakter: hij was zowel sociaal als gesteld op zijn privacy. De man was klein van stuk en sprak met zachte stem, maar straalde toch autoriteit uit. Hij was vooruitstrevend, maar niet geheel vrij van xenofobie. Hij was een pacifist en zou hebben willen tonen dat de Minoïsche cultuur matriarchaal was. Men zou destijds een Moeder-Godin hebben aanbeden, iets wat mogelijk meer uit Evans’ persoonlijke voorkeuren voortkwam dan uit wat opgegraven werd

Hoewel veel meer een wetenschapper dan de avonturier Heinrich Schliemann die Troje blootlegde, kan het werk van de in zijn tijd veel gelauwerde en ook geridderde Evans, de toets van 21ste kritiek niet volledig weerstaan. Met name de vrijheid die hij de niet-archeologisch geschoolde Piet de Jong gaf, wordt tegenwoordig bekritiseerd. Sommige waarnemers vinden dat diens evocaties de toeschouwer verhinderen iets van de historische werkelijkheid te ervaren.

Anderen menen echter dat de ze de belangstelling voor hetgeen is opgegraven voeden en dat het stimuleren van deze belangstelling hoe dan ook heilzaam is. Voor die visie is wel wat te zeggen: waar scherven en stenen niet tot de verbeelding spreken, roepen de fresco’s van De Jong beleving op, fascinatie en verwondering. Hier kan tegenin worden gebracht dat Evans en De Jong rechtstreeks ingrepen in de blootgelegde realiteit. Waar reconstructietekenaars van nu het mogelijke leven van mensen uit eerdere periode visualiseren, aldus als educatieve bron te gebruiken, naast wat aan cultuur uit de grond komt, is in Knossos de reconstructie vermengd met de authentieke opgraving. Zo is een mengeling ontstaan van mentaliteiten. Wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van visies op opgraving, restauratie en reconstructie, kan veel kennis opdoen op Kreta.

Qua kleurigheid zijn de aquarellen en fresco’s van De Jong mogelijk historisch correct, maar wie ze nu ziet, ziet ook dat ze niet werkelijk uit de Oudheid stammen. Het is de vraag in hoeverre men dit Evans en De Jong kan verwijten. Het aanbrengen van gefingeerd verval of verweerdheid zou dit hebben opgelost, maar dan zou er een resultaat zijn ontstaan dat meer bedrieglijk was, dan wat er nu getoond wordt.

Sommigen vinden wat er aan schilderingen gerealiseerd is in Knossos kitsch, anderen menen dat ze het verleden toonbaar en aantrekkelijke maken, dat het werk van De Jong het mogelijk maakt om iets te communiceren over de rijkdom van het verleden.



Literatuur

C. Eller,Two Knights and a Goddess: Sir Arthur Evans, Sir James George Frazer, and the Invention of Minoan Religion’, Journal of Mediterranean Archaeology - 2012

Cathy Gere, Knossos and the prophets of modernism (2009)

John MacEnroe, ‘Sir Arthur Evans and Edwardian archeology ‘, Classical Bulletin 1995

Nanno Marinatos, Sir Arthur Evans and Minoan Crete. Creating the vision of Knossos (2015)

R.A. Mcneil, The legacy of Arthur Evans, California studies in Classical antiquity

https://nl.qwe.wiki/wiki/Piet_de_Jong_(artist)

https://en.wikipedia.org/wiki/Knossos


Bronnen afbeeldingen

This Wikipedia and Wikimedia Commons image is from the user Chris 73 and is freely available at //commons.wikimedia.org/wiki/File:Dolphin_Mural_Knossos.jpg under the creative commons cc-by-sa 3.0 license.

Aviad Bublil, https://commons.wikimedia.org/wiki/File:KnossosSemune.jpg


Paginazero https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Knossos_fresco_in_throne_palace.JPG

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Knossos_fresco_-_panoramio.jpg


https://commons.wikimedia.org/wiki/File:KnossosFrescoRepro06827.jpg

Tag Cloud

© 2023 by The Book Lover. Proudly created with Wix.com

  • Facebook B&W
  • Twitter B&W
  • Google+ B&W