Featured Review
Search

Ludwig Richter en het Idyllische verleden


Vorm en vertekening

Adrian Ludwig Richter en het idyllische verleden. Over zoete esthetiek en nostalgie


Olivier Rieter


Inleiding

Er zijn in de wetenschap en de journalistiek ruwweg twee visies op de culturele achtergronden van nostalgie. Volgens de ene visie is het fenomeen iets universeels, terwijl aanhangers van de andere denkwijze ervan uit gaan dat het vooral een historisch verschijnsel is dat van betekenis en relevantie is veranderd in de loop van de tijd. Het is de aloude tegenstelling tussen het beschouwen van de mens en zijn cultuur als onveranderlijk en een meer historisch verantwoorde visie, waarbij men vooral de ontwikkeling van het menselijk bestaan beklemtoont. Elke periode wijkt fundamenteel af van de voorgaande.


In dit essay wil ik beide visies combineren. Het is zeker zo dat bepaalde culturele eigenschappen en eigenaardigheden van mensen genetisch of evolutionair bepaald zijn, maar tegelijkertijd is de historische periode waarin men leeft van grote invloed op wat er zich in de hoofden van mensen afspeelt. Nostalgie is volgens mij veelvormig en kan zowel verwijzen naar een algemeen menselijk gevoel dat het verleden oproept als naar een fenomeen uit de geschiedenis dat vooral te beschouwen is als een reactie op de ontwikkelingen in de moderniteit. Cultuur is, zo lijkt me, altijd een mengvorm van universele en specifiek historische aspecten en nostalgie is van deze veelvormigheid een goed voorbeeld. Nostalgie is een verschijnsel dat zowel samenhangt met neurologie als met geschiedenis. Het bestuderen ervan biedt dan ook inzicht aangaande de ontmoeting tussen beide studievelden.


Moderniteit, modernisme en nostalgie

Zoals gezegd kan de historische variant van nostalgie in verband worden gebracht met een reactie op de moderniteit. Deze moderniteit, waarvan de wortels in de achttiende eeuw te vinden zijn, maar waarvan de volle impact vanaf de negentiende eeuw duidelijk werd, wijkt fundamenteel af van alles wat ervoor kwam. Het is een periode van ontwrichting, versnelling en vervreemding. Door de industrialisering, verstedelijking, democratisering en verwetenschappelijking hadden veel mensen het gevoel dat er iets verloren was gegaan in een maatschappij waarvan men de ontwikkeling niet kon of wilde volgen. Deze verlieservaring ligt aan de basis van de opkomst van de historische variant van nostalgie. Nostalgie kan in dat licht als een afweermechanisme tegen als te ingrijpend ervaren veranderingen worden gezien, als een omgaan met wat de postkoloniale wetenschapper Bhabha, zwaar aangezet, ‘het trauma van het heden’ noemde. Men vluchtte en vlucht in gedachten naar de veiligheid van een mooi gemaakt verleden, waarin er nog geen sprake zou zijn geweest van ervaren ontsporing en ontworteling.


De hersenwetenschapper en Nobelprijswinnaar Eric R. Kandel heeft er in zijn boek The age of insight op gewezen dat er naast nostalgie nog een andere wijd verspreide reactie op de ontwikkelingen in de moderniteit was, die van de gevarieerde stroming van het modernisme in de eerste helft van de twintigste eeuw. Modernistische kunstenaars, denkers en schrijvers stelden vast dat de Industriële Revolutie ‘brutalizing effects’ had gehad op de menselijke psyche, die niet strookten met het vooruitgangsgeloof waarin het bestaan door de veranderingen steeds volkomener, rationeler en verlichter zou worden. Moderne kunstenaars als Egon Schiele en Oskar Kokoschka wilden, zo betoogt Kandel, de irrationele emotionaliteit en post-esthetische lelijkheid tonen, als hun interpretatie van de werking van moderniteit op individuen. Ze toonden emotionele ontreddering in indringende schilderingen waarin het er niet meer om ging om de feitelijke realiteit weer te geven, maar een emotionele realiteit. Er was sprake van vertekening van hetgeen men waarnam om tot een visie op mens zijn in de moderniteit te komen, op een manier die in wetenschappelijke verhandelingen nooit in beeld kan komen, maar die daarom nog niet onwaar is. Artistieke uitingsvormen als het expressionisme waren alleen denkbaar in specifiek deze periode. Er was aandacht voor overdrijving, uitvergroting, voor dissonanten, onrust, conflict, lelijkheid, discontinuïteit en deconstructie van het vooruitgangsgeloof en ook voor de dood van het zo andersoortige verleden, omdat het niet relevant zou zijn voor het heden.


De journalist Jonah Lehrer heeft erop gewezen dat in de schilderingen van Cezanne, de muziek van Kandinksy en de teksten van Gertrude Stein werd gebroken met traditionele visies op wat schoonheid en harmonie is en de wijze waarop kunstenaars moeten communiceren. Lehrer betoogt dat deze en andere moderne kunstenaars met hun werk voorliepen op latere ontwikkelingen in de hersenwetenschap. Hun werk was in die zin niet alleen een reactie op de moderniteit, maar ook een uiting van een veranderde visie op het menselijk brein.


Wat ik in wat volgt wil betogen is dat niet alleen het modernisme (wat dus iets anders is dan de moderniteit) een reactie was op de grote veranderingen, maar nostalgie ook. Het laatste begrip was in veel opzichten het tegendeel van het artistieke modernisme. Alvorens ik uitwerk waarom dat zo was, wil ik wijzen op twee overeenkomsten. Zowel creaties uit de moderne kunst (literatuur, schilderkunst, muziek) als nostalgische uitingen waren, zoals gezegd, deels een reactie op de vooruitgang (of wat daar voor door ging) en bij beide was er sprake van vertekening. Waar het bij de eerste er mede om ging te laten zien dat juist het overdreven lelijke, onaangename of ongewone waarheid en waarde bevatte, was er bij de tweede een verheerlijking van de waarde en het waarheidsgehalte van de tot in het overdrevene doorgevoerde, vervormende schoonheid van het geïdealiseerde verleden.

Bij beide reacties is dus sprake van vertekening, van een omgang met de realiteit waarin deze tot iets anders gemaakt wordt dan in wetenschappelijke, rationele benaderingen, die ervan uit gaan dat de realiteit belangrijker is dan een emotionele interpretatie ervan.


De verschillen tussen beide reacties op de moderniteit zijn echter manifest. Bij de eerste gaat het onder meer om ontregeling, bij de tweede om een zoeken naar ‘heelheid’.

Een tentatief schema van het verschil tussen de vertekening van veel uitingsvormen van het modernisme en nostalgische cultuurproducten ziet er zo uit:


Modernisme-Nostalgie

Chaos-Harmonie

Onrust-Rust

Lelijkheid-Schoonheid

discontinuïteit -continuïteit met het verleden

Vernieuwing-Traditie

Dissonanten-Consonanten

Vervreemding-Vertrouwdheid

Deconstructie-Reconstructie


Richter en Disney

In wat volgt wil ik ingaan op de aspecten uit de tweede kolom die volgens mij bepalen wat de esthetische aantrekkingskracht van nostalgie is. Ik wil dit doen door in te gaan op het oeuvre van de Duitse kunstenaar Adrian Ludwig Richter (1803-1884). Deze hoorde bij de Europese scheppers die de tekenaars van Disney bestudeerden tijdens hun voorbereidingen voor de eerste lange animatiefilm, Snow White and the seven dwarfs. Met soortgelijke scheppers als Moritz Retsch en Hermann Vogel droeg de beeldtaal van Richter bij aan het visueel vocabulaire van Disney, zo toont Robin Allan in Walt Disney and Europe. Allan brengt de vele invloeden van de Amerikaanse succesfabriek in kaart en toont overtuigend aan dat de animatiefilms een mengvorm van Amerikaanse commercie en Europese creativiteit zijn.



Richter was opgeleid door zijn vader die graveur was. De zoon bezocht tijdens deze opleiding ook Italië en illustreerde onder meer de sprookjes van Grimm. Zowel stijl als de sfeer van zijn werk belandde in de Disneyfilm Snow White and the seven dwarfs, onder meer het bezoek van de vermomde koningin aan het huisje van de dwergen, de wisselwerking van Sneeuwwitje met de dierenwereld.

Marko Jovic, die net als Allan onderzoek deed naar de Europse bronnen van Disney’s inpsiratie, schrijft: ‘One of the artists whose work influenced American animators was Ludwig Richter, a German artist best known for his landscapes and illustrations of fairy tales and legends, and the leading representative of the late romantic style. One of the scenes from the film that resembles the most to Richter's illustration for Beschaulischen und Erbaulischen (contemplative and didactic) is the one when our heroine meets the Prince for the first time by the wishing well. Many elements were taken from Richter's illustrations, most notably the romantic setting of the castle covered in tendrils and flowers, as well as the interaction between the two characters; a conventional young hero seducing with his charming voice, and a beautiful lady in rags unsuccessfully trying to hide her interest for her beau.’

Tegenwoordig staat Richter niet meer in hoog aanzien. Zijn werk was bewust niet vernieuwend en daar heeft men in kringen die canonisering bepalen, wel behoefte aan.

De volkskundige Willem de Blecourt stelt over Richter (en diens vergelijkbare collega Vogel) ‘The medium of the book allowed Richter and Vogel to mediate between the actual and the fantasy world. Rather than attempting a reconstruction of history, they situated the storytelling outside it. The wood was not just a metaphor of nature, if not indeed the German nation, but also the site of a completely different world, the realm of the fairy.’


Het zou Richter dus niet zijn gegaan om het reconstrueren van het verleden, maar om het vertellen in verhalende beelden die buiten de werkelijkheid gesitueerd moeten worden. Het gaat inderdaad niet om een historische correcte reconstructie van het verleden, maar er is wel sprake van reconstructie in meer conservatieve zin; een zich afwenden van de moderniteit.


Het is niet toevallig dat Disney teruggreep op Richter. Beide scheppers zijn zonder voorbehoud als ‘nostalgisch’ te typeren. Richter illustreerde het werk van de broers Grimm en ook Goethe en is vooral om die illustraties tegenwoordig nog bekend. Hij biedt een mooie, rustige wereld, ontdaan van de jachtige werkelijkheid die de negentiende wereld voor veel mensen destijds bood. Volgens de invloedrijke kunstcommentator Ruskin was het werk van Richter een medicijn tegen deze jachtigheid.


Gemeinschaft-Gesellschaft

Het onderscheid dat de socioloog Tönnies ooit maakte tussen de traditionele gemeenschap en de moderne maatschappij, wordt niet algemeen meer als zinvol gezien, maar het speelt nog altijd een rol in het debat over landelijkheid en jachtige stadsheid. De antropologe Irene Cieraad spreekt van ‘morele en nobele kwalificaties die eind achttiende, begin negentiende eeuw aan het landleven als een leven in harmonie met de natuur zijn toegekend, vormen tevens de ingrediënten voor het nieuwe imago van het landelijke ‘volk’ en de ‘volkscultuur’ in het algemeen. Het tegenbeeld van dit nobele en goddelijke landleven is de verdorven, goddeloze en onnatuurlijke levenswijze van stedelingen.’ (44)

De prenten en schilderingen van Richter tonen dit landleven, dat idyllisch is en ontdaan van alle dynamiek en complexiteit. De mensen zijn op de afbeeldingen in harmonie met hun omgeving en lijken niets meer of minder te willen dan het leven zoals het is te accepteren, zonder de behoefte verbeteringen aan te brengen, zonder behoefte om onrecht te bestrijden. Het werk van Richter toont acceptatie van het leven, een acceptatie die anderen mogelijk defaitisme zullen noemen, maar dan wel defaitisme met een gouden waas van de schoonheid van de vermeende ongecompliceerdheid van het verafgode verleden.




Conclusie

Richter toonde in zijn prenten en schilderingen het eenvoudige, niet complexe leven zoals dat aan het verdwijnen was (of zou zijn) in de negentiende eeuw. Zijn kunst is harmonisch en vredig. Alle sociale onrust lijkt eruit te zijn verbannen. Richter toont gewone mensen tegen een pittoresk decor van voor de Industriële Revolutie. Het gaat om zoete esthetisering en om de idylle van de landelijkheid. Er is geen sprake van dissonaten of zaken die het beeld zouden kunnen verstoren. De kijker wordt niet uitgedaagd, maar op zijn of haar gemak gesteld. Het zijn oogstrelende beelden, beelden waarmee Richter eerder reconstructie dan deconstructie lijkt te hebben willen bieden.

Voor de hedendaagse beschouwer is Richter niet alleen interessant als iemand die Walt Disney heeft beïnvloed, maar ook om zijn visie van ongevaarlijke esthetiek, een visie die conservatief is en die aansluit bij de al dan niet universele smaak van de ‘gewone man.’

De evolutionair geïnspireerde kunsthistoricus Denis Dutton stelt: ‘The universality of art and artistic behaviors, their spontaneous appearance everywhere across the globe and through recorded human history, and the fact that in most cases they can be easily recognized as artistic across cultures suggest they derive form a natural, innate source: a universal human psychology.’ (30)

Daarmee zijn we weer teruggekomen bij de kwestie of nostalgie nu universeel of historisch bepaald is. Beide, zo schijnt het. Het beeldend werk van Richter appelleert, zo lijkt me, zowel aan een soort universele conservatieve smaak als aan de behoefte aan negentiende-eeuwse beelden die antimoderniteit representeerden. Een groot kunstenaar is Richter niet. Om werkelijk iets bij te dragen aan de menselijke ervaringswereld, zal men er iets aan toe moeten voegen, niet slechts bieden waar altijd al behoefte aan geweest is.


Literatuur

R. Allan, Walt Disney and Europe. European influences on the animated feature films of Walt Disney (Indianapolis 1999)

W. de Blecourt, ‘Fairy Grandmothers. Images of storytelling events in nineteenth-century Germany’ RELIEF-Revue électronique de littérature …, 2010 – dspace.library.uu.nl

S. Boym, The future of nostalgia (New York 2001)

C. Beyer, ‘Wallace Stevens and Ludwig Richter’, http://wallacestevens.com/wp-content/uploads/2016/05/Vol.-18-No.-2-Fall-1994.pdf#page=78

I. Cieraad, De elitaire verbeelding van volk en massa. Een studie over cultuur (1988)

D. Dutton, The art instinct. Beauty, pleasure & human evolution (2009)

J. Givens, Lowbrow art : the unlikely defender of art history ' s tradition, 2013 - digitalcommons.lsu.edu

M. Jovic, ‘Influences of European art on Walt Disney’s animated features’ 2015 - repozitorij.unizd.hr

E. Kandel, The age of insight. The quest to understand the unconscious in art, mind, and brain. From Vienna 1900 to the present (2012)

J. Lehrer, Proust was a neuroscientist (2012)

A. van der Woud, Een nieuwe wereld. Het ontstaan van het moderne Nederland (Amsterdam 2007)


Bronnen foto's


https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Richter_Kirche_i_Graupen.JPG

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:1903_Ludwig_Richter.jpg

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Wilhelm_von_K%C3%BCgelgen_-_Bildnis_Ludwig_Richter,_1836.jpg



Tag Cloud

© 2023 by The Book Lover. Proudly created with Wix.com

  • Facebook B&W
  • Twitter B&W
  • Google+ B&W